In de Hortus groeien twee treurbeuken; een groot en een klein exemplaar vlak naast de waterlelievijver. Het jonge, kleine exemplaar is geplant om het grote oude exemplaar, waarvan de conditie niet meer optimaal is, te zijner tijd te vervangen. Een treurbeuk kan wel 20 meter hoog worden met een zeer dichte kroon en dikke stam. Gewone beuken hebben ovale, gaafrandige, gladde bladeren en een brede opgaande groeiwijze. Bij de Treurbeuk buigen de lange, slappe takken naar beneden tot aan de grond. Deze imposante boom is te herkennen aan zijn grijze gladde bast die bijzonder dun is. De beuk bloeit onopvallend in mei en in de herfst verschijnen de bekende beukennootjes met een grootte van circa 2 tot 3 cm.